De FBI plaatste twee onderzoeken rond Seth Rich op de “lijst van verboden zaken”. Zijn moord, die tien jaar geleden plaatsvond in Washington DC, is nooit opgehelderd. Volgens Fox News commentator Ed Butowsky had deze moord te maken met Richs rol in het lekken van DNC-data aan WikiLeaks, zoals de Clinton- en Podesta-e-mails, die de basis vormen van de Pizzagate-affaire. Butowsky diende meerdere FOIA-verzoeken in bij de FBI om dit te kunnen bewijzen. Uit de recente correspondentie van zijn advocaat blijkt dat de FBI documenten over Seth Rich heeft achtergehouden in een zogenaamde SCIF (Sensitive Compartmented Information Facility), een beveiligde ruimte voor gevoelige bestanden, waar ook burn-bags zijn gevonden die bestemd waren om vernietigd te worden.
De briefwisseling tussen de Amerikaanse advocaat Ty Clevenger aan James Gillingham, de Assistant United States Attorney in Texas roept nieuwe vragen op wat de FBI precies wist over de mogelijke relatie tussen Seth Conrad Rich en WikiLeaks. Clevengers vragen richten zich vooral op de manier waarop de FBI jarenlang documenten over Seth Rich en zijn broer Aaron heeft opgeslagen, achtergehouden en weer teruggevonden.
Op 30 juli 2026 heeft de FBI in het kader van de White House Government Transparency Task Force, een werkgroep ter bevordering van transparantie en verantwoording van de overheid, nieuwe documenten uit het dossier over Seth Rich vrijgegeven. De documenten die inmiddels openbaar zijn gemaakt laten zien dat de FBI aanzienlijk meer informatie over de zaak bezat dan uit de eerste Freedom Of Information Act-verzoeken (FOIA), naar voren kwam. Een FOIA-verzoek is vergelijkbaar met een Woo-verzoek, om overheidsinstanties te verzoeken specifieke documenten of informatie openbaar te maken op basis van de Wet open overheid (Woo).
De brief van Clevenger van 18 augustus 2026 richt zich op twee FBI-dossiers, OXFERD COMMA en MARCH TOLL. Volgens Clevenger tonen recent vrijgegeven documenten aan dat deze onderzoeken een zogenoemde “Prohibited Access Status” kregen en op “een lijst van verboden zaken” zijn gezet. Als gevolg stonden de dossiers niet op de normale manier in de FBI-systemen en konden ze volgens Clevenger bij een reguliere FOIA-zoekactie buiten beeld blijven.
Dat is relevant omdat de FBI in eerdere procedures had verklaard dat zoekopdrachten naar informatie over Seth Rich geen relevante hoofd- of referentiedossiers hadden opgeleverd. Daarnaast wilde de FBI, ondanks een gerechtelijk bevel, de data van zijn laptops en tapedrives niet vrijgeven.
Documenten met een “Prohibited Access Status” stonden niet in de FBI-systemen, waardoor ze bij FOIA-zoekactie buiten beeld bleven.
—
Clevenger was de advocaat van Ed Butowsky, die jarenlang claimde dat Seth samen met zijn broer Aaron Rich verantwoordelijk waren voor het lekken van DNC-data aan Wikileaks. Dit waren onder andere de Clinton- en Podesta-e-mails. Aaron Rich ontkende dit en klaagde Butowsky aan wegens laster. Butowsky probeerde het bewijs dat Rich wél Wikileaks’ bron was geweest in handen te krijgen door FOIA-verzoeken bij de FBI in te dienen. Zo ontstond er vanaf 2017 een enorm juridisch getouwtrek om deze data alsnog te bemachtigen, waarbij sommige procedures nog lopen. (zie kader)
Seth Rich
De vraag is natuurlijk waarom de FBI alles uit de kast trekt om tienduizenden documenten en data achter te houden. Waarschijnlijk staat er het een en ander op het spel. In oktober 2016 bracht de Democrat National Convention (DNC), de overkoepelende organisatie van de Democraten, naar buiten dat hun server in juni 2016 was gehackt door ‘Russische hackers’. Volgens Butowsky was er geen sprake van een Russische hack, maar had Seth Rich, een medewerker van de DNC, in de loop van 2016 data van de DNC-server gekopieerd en aan Wikileaks overhandigd.
Wikileaks publiceerde in mei 2016 de eerste batch van de DNC-e-mails, waaronder e-mails van Hillary Clinton, haar assistent Huma Abadin en de Clinton Foundation. Deze e-mails leggen niet alleen de corruptie binnen de Clinton Foundation bloot, maar tonen ook aan dat Clinton onjuist omging met staatsgevoelige informatie.
“Klokkenluiders doen ontzettend veel moeite om voor ons materiaal te bemachtigen en nemen vaak zeer grote risico’s.”
Julian Assange
In oktober van hetzelfde jaar publiceerde Wikileaks een andere batch van de DNC-bestanden, de beruchte Podesta-e-mails van Hillary Clintons campagneleider John Podesta. Deze e-mails waren doordrenkt van allerlei vreemde verwijzingen naar pizza, kaas en andere codewoorden, die vaak in pedofiele kringen worden gebruikt om seksuele voorkeuren aan te duiden.
Op 9 augustus 2016 noemde Wikileaks-oprichter Julian Assange in een interview met Nieuwsuur de naam Seth Rich, waarvan hij niet wilde bevestigen dat hij degene was die de DNC-data aan Wikileaks had gelekt. Assange zei wel: “Klokkenluiders doen ontzettend veel moeite om voor ons materiaal te bemachtigen en nemen vaak zeer grote risico’s. Zoals de 27-jarige man die bij de DNC werkte en in zijn rug is geschoten. Hij is een paar weken geleden om onduidelijke redenen vermoord toen hij op straat liep in Washington DC.” Ook op Wikileaks’s webpagina ‘De moord op Seth Rich’ legt de organisatie zelf een duidelijk verband tussen de DNC-hack en de moord op Seth Rich.
De 27-jarige Seth Rich werd in de vroege ochtend van 10 juli 2016 in Washington D.C. neergeschoten en overleed later aan zijn verwondingen. Zijn moord is onopgelost gebleven. De FBI beschikt over twee van zijn laptops en datadrives. Inmiddels is ook bekend dat er 20.000 documenten in het archief van de FBI zitten, die op een of andere manier gerelateerd zijn aan de zaak Seth Rich. Dit alles zou wel eens meer duidelijkheid kunnen bieden over de corruptie binnen de DNC, wie een rol speelde bij de moord op Seth Rich en wie er bij de FBI betrokken was bij het afdekken ervan.
Butowsky: de bewering over FBI-bewijs
Na Assange’s onthullingen in 2016 bracht een jaar later ook financieel adviseur en Fox News-commentator Ed Butowsky prominent naar voren dat Seth Rich, mogelijk samen met zijn broer Aaron Rich, verantwoordelijk was voor het lekken van de DNC-bestanden naar Wikileaks.
Butowsky beweerde dat hij informatie had ontvangen dat de FBI, die de laptop en tapedrive van Seth Rich had onderzocht, had vastgesteld dat Rich met Wikileaks had gecommuniceerd. Clevenger legde deze bewering later vast in correspondentie met het ministerie van Justitie. Het onderliggende FBI-rapport waarin dat bewijs zou staan, is echter publiekelijk nooit geproduceerd.
De door de FBI achtergehouden documenten kunnen inzichten geven over de moord op Seth Rich en het afdekken ervan.
—
Wél probeerde Butowsky om dit bewijs middels FOIA-verzoeken alsnog in handen te krijgen. De FBI weigerde echter stelselmatig om de data op Richs laptop en andere gerelateerde documenten beschikbaar te stellen.
De kwestie kreeg in mei 2017 grote bekendheid toen Fox News een artikel publiceerde waarin zij stelde dat Rich contact met Wikileaks had gehad. Fox News trok het artikel later terug en verklaarde dat het niet aan de journalistieke standaarden voldeed.
Aaron Rich, de broer van Seth klaagde Butowsky in 2018 aan wegens laster. Butowsky die lange tijd bij zijn beweringen bleef, schikte uiteindelijk in deze zaak en bood in 2021 publiekelijk zijn excuses aan de familie Rich aan. Het bewijs dat Butowsky al die jaren gelijk had gehad, is met de recent gevonden FBI-documenten nog niet naar boven gekomen.
De FBI weigert sinds 2017 stelselmatig openheid over de zaak Seth Rich te verschaffen
5 juni 2017: De FBI opent FOIA-verzoek met onderwerp: ‘Communications between Seth Rich and Wikileaks’
15 juni 2017: FBI zegt geen relevante hoofd-dossiers over Seth Rich te kunnen vinden en sluit het dossier.
8 april 2021: FBI erkent dat er meer dan 20.000 potentieel relevante pagina’s zijn.
29 september 2022: rechter beveelt de uitgeschreven productie van informatie over Richs privé- en werklaptop die de FBI bezit.
28 november 2023: rechter verduidelijkt dat de FBI een Vaughn-index moet maken voor de laptops, dvd en tapedrive.
12 december 2023: FBI vraagt uitstel, omdat ze vindt dat de data op iemands werklaptop niet valt binnen de reikwijdte van het FOIA-verzoek en de informatie bij openbaarmaking een lopend onderzoek of handhaving kan schaden.
15 augustus 2024: De rechter bepaalt dat de FBI een document-voor-document beoordeling moet uitvoeren van de back-up van Seth Richs laptops, een dvd en de tapedrive.
7 februari 2025: deadline voor de FBI voor de productie van óf een Vaughn-index óf het indienen van een nieuwe motie tot summary judgment, waarin zij per categorie de weigering moeten motiveren.
10 maart 2025: FBI levert een sterk geredigeerde Vaughn-index. Clevenger stelt dat de FBI het gerechtelijk bevel niet volledig heeft uitgevoerd en start een procedure wegens weigering (contempt procedure).
2026: de procedure loopt nog steeds; ondertussen verschijnen nieuwe aanwijzingen over Seth Rich-dossiers, die buiten de normale FBI-zoekinfrastructuur zouden zijn gehouden.
Ty Clevenger dwingt FBI tot openheid over het dossier Seth Rich
De beweringen van Butowsky vormden een belangrijke aanleiding voor het juridische onderzoek van zijn advocaat Ty Clevenger. Hij probeerde via de Amerikaanse Freedom of Information Act (FOIA) te achterhalen of de FBI daadwerkelijk over het vermeende bewijsmateriaal beschikte.
De verzoeken waren breed. Er waren vragen over over de dood van Seth Rich, maar ook expliciet naar de mogelijke betrokkenheid van Seth of Aaron Rich bij het overbrengen van DNC-data naar Wikileaks. De zaak mondde uit in de rechtszaak Huddleston versus FBI, waarin de FBI opnieuw werd gedwongen naar documenten over Seth en Aaron Rich te zoeken. In het latere FOIA-proces bleek echter dat er bij de FBI uiteindelijk meer dan 20.000 pagina’s potentieel relevante documenten waren aangetroffen.
Dat betekent dat de documenten niet noodzakelijk allemaal over Rich zelf gingen, maar wel in de zoekresultaten voorkwamen vanwege verwijzingen naar hem of de zaak. Een deel daarvan werd na beoordeling als daadwerkelijk relevant aangemerkt.
De SCIF en de zogenaamde burn-bags
De kwestie kreeg in juli 2026 een nieuwe dimensie toen Clevenger bekendmaakte dat een overheidsadvocaat hem had geïnformeerd over de ontdekking van honderden pagina’s met betrekking tot Seth Rich, in een eerder verborgen ruimte bij het FBI-hoofdkwartier.
“Op basis van richtlijnen van het hoofdkwartier van de FBI wordt het bovengenoemde onderzoek op de lijst van verboden zaken geplaatst.”
FBI document in MARCH TOLL-dossier
Volgens de berichtgeving bevond deze ruimte zich binnen een beveiligde SCIF (Sensitive Compartmented Information Facility). In dezelfde ruimte zouden zogenoemde burn-bags (verbrandingszakken) zijn aangetroffen met FBI-documenten die voor vernietiging waren bestemd. Burn-bags zijn in de regel stevige papieren zakken om gevoelige overheidsdocumenten in te bewaren, voordat ze worden vernietigd door verbranding of verpulvering. Het is niet duidelijk of de Seth Rich-documenten in de burn-bags zaten en of er plannen waren om deze te vernietigen.
“Op de lijst van verboden zaken”
Volgens Clevenger gaat het om twee specifieke dossiers waarvan de documenten zijn achtergehouden en niet eens werden geïndexeerd of vermeld. Het dossier OXFERD COMMA heeft betrekking op een FBI-onderzoek naar het DNC-lek en de beoordeling van de herkomst en verspreiding van het materiaal dat uiteindelijk bij Wikileaks terechtkwam.
Daarnaast verwijst Clevenger naar MARCH TOLL, waarin volgens hem staat: “Op basis van richtlijnen van het hoofdkwartier van de FBI wordt het bovengenoemde onderzoek op de lijst van verboden zaken geplaatst.”
Hiermee legt Clevenger bloot dat er binnen de FBI mechanismen bestaan waarbij men gevoelige dossiers buiten de normale zoekinfrastructuur kan houden en FOIA-verzoeken kan omzeilen.
Ella Ster | ellaster.nl
Ontdek meer van Ellaster
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

