We dromen allemaal wel eens van een paradijselijke wereld, waar de mens in harmonie leeft met de natuur. Waar mensen het grootste respect tonen voor hun medemens en al het leven dat de natuur voortbrengt. Een wereld waar voeding als medicijn wordt gebruikt en het lichaam puur en rein houdt. Waar het bewustzijn zo is verruimd dat men alles met volledige aandacht en liefde doet. Deze wereld bestaat: het is de wereld van Jeong Kwan, chefkok van een boeddhistisch klooster op het platteland van Zuid-Korea.
Het is alweer een tijd geleden dat ik de documentaire The Philosophers Kitchen zag uit de serie de Chef’s Table, over topkok Jeong Kwan, een boeddhistische non. Jeong Kwan is chef in het Baekyangsa tempelcomplex, zo’n 270 km ten zuidwesten van Seoul. Het is een paradijselijke omgeving op het platteland van Korea en staat in schril contrast met de hectiek van de moderne buitenwereld.
In het klooster lijkt men buiten de matrix van de moderne controlemaatschappij te leven. Niet beperkt door de strenge regels en discipline van het boeddhistische klooster, maar juist een wereld waar men door meditatie échte vrijheid en verlichting kan bereiken. Zo vertelt Jeong Kwan met haar gelukzalige uitstraling dat ze uit en in haar lichaam kan treden wanneer ze dit wenst. Ze voelt zich echter het meeste vrij als ze met anderen eet. Voor haar is ook voedsel bereiden en eten een spirituele aangelegenheid.
In harmonie met de natuur
Voedsel verbouwen en bereiden is haar grootste passie. De groente wordt verbouwd in een moestuin, midden in de natuur die het klooster omringt. De boeddhisten leven er in harmonie met de natuur. Jeong Kwan toont het diepste respect voor het voedsel dat de natuur voortbrengt. Het kloostereten is qua ingrediënten eenvoudig en veganistisch. Bepaalde kruiden en specerijen worden niet gebruikt, omdat men ze niet goed acht voor de geest. Zo worden knoflook, uien, prei en pittige specerijen vermeden.
Sojasaus daarentegen wordt rijkelijk gebruikt om de gerechten op smaak te brengen. Jeong vertelt enthousiast over de talloze varianten. Sommige sojasausen zijn wel meer dan 100 jaar oud, die als een familie-erfstuk van generatie op generatie worden doorgegeven. De fermentatie van bepaalde ingrediënten en bereiding van sommige gerechten vergen soms veel geduld en toewijding. In het klooster wordt dan ook hard gewerkt en leeft men zeer gedisciplineerd. In de boeddhistische leer leert men geduld, toewijding, zelfbeheersing, bescheidenheid en het loslaten van wereldse behoeftes. De jonge pupillen bouwen daardoor een ijzeren discipline op, zoals is te zien in deze documentaire.
Koken en eten als meditatieve bezigheid
Naast het mediteren en bidden in de tempel waarmee men om half vijf in de ochtend de dag begint, is er volop ruimte voor creativiteit. Jeong Kwan leeft zich helemaal uit in de bereiding van het eten, waarbij ze het ene culinaire hoogstandje na het andere produceert. De gerechten en de wijze waarop ze worden opgediend zijn ware kunstwerkjes. Wat me vooral diep raakt, is de wijze waarop alles met totale aandacht en respect wordt gedaan. Van het oogsten tot de bereiding, van de ingrediënten tot en met het koken en uitserveren. Alles gebeurt met een enorme rust, aandacht, nederigheid en blijdschap. Men vermijdt bewust de verspilling van ingrediënten of gulzigheid, die haaks staan op discipline en matiging.
Ondanks het hoge niveau van kookkunst — Jeong Kwan wordt door internationale topkoks als een van de grootste chefs ter wereld beschouwd — ziet ze zichzelf niet zozeer als kok, maar vooral als non. Ze ziet koken en eten als een vorm van meditatie. De aandacht en beheersing waarmee ze dit doet, doen inderdaad denken aan de bewuste bewegingen zoals we die ook bij Tai Chi zien. Voor Jeong Kwan is het boeddhisme niet zozeer een religie, maar veel meer een manier van leven, waarbij ze steeds volledig aanwezig is in het hier en nu en alles doet met totale aandacht en liefde.









Lichtend voorbeeld van spiritueel ontwakingsproces
Hoewel de tijd in het klooster lijkt stil te staan en het door de ligging ver is verwijderd van de moderne wereld, is Jeong Kwan daar nog wel mee verbonden. Ze geeft kookles op de universiteit in Seoul, al leert ze haar pupillen daar vooral de filosofie en niet zozeer de technieken van het koken. Ze is zich daarbij ook bewust van de onrust waarin grote delen van de wereld zich momenteel bevinden. Met haar bijdrage aan de moderne wereld biedt ze in ieder geval een middel om de rust te laten terugkeren. Voedsel is tevens een wijze om het lichaam rein te houden en kan helpen in het spirituele transformatieproces.
Het leven in het klooster met hun strenge religieuze voorschriften zal niet iedereen aanspreken. Toch is haar levenswijze vooral heel inspirerend. Deze is gebaseerd op universele waarden, die voor Jeong Kwan en de andere boeddhistische monniken en nonnen heel vanzelfsprekend zijn. Dat levert een wereld op waarin men in een paradijselijke omgeving kan leven, in volledige harmonie met de natuur. Met een diep respect voor natuurlijke voeding. Waarbij men alles doet met volledig bewustzijn of in een meditatieve staat. Er is creativiteit waarbij het ego volledig wordt losgelaten en veel compassie en respect voor de medemens, met eten als communicatiemiddel.
Jeong Kwans wereld is een glimp van de gouden toekomst, die momenteel ver weg lijkt, maar wellicht voor voor de mensheid toch binnen handbereik ligt. Als de mensheid weer zelf de regie kan nemen om een wereld te creëren die de mensheid dient, zijn mensen zoals Jeong Kwan een inspiratiebron en lichtend voorbeeld.
> De documentaire ‘Philosophers Kitchen Jeong Kwan’ is onderdeel van de Netflix serie Chef’s Table, season 3
Ella Ster | ellaster.nl
Meer lezen?
> Zen and the art of Korean vegan cooking
> Jeong Kwan, The Philosopher Chef
Ontdek meer van Ellaster
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
